Lekker… vieze handen!


20 november 2017
OinO-Advies

Geschreven door Ondernemer in Onderwijs: Helen Degenhart

Kinderen leren door te spelen en te ervaren. Dat is iets wat elke leerkracht weet. De inspectie benadrukt dat het werken met een methode in een kleuterklas niet zaligmakend is. Het is belangrijk te zorgen voor een breed aanbod dat niet alleen uit lesjes taal en rekenen bestaat.

Spelen
Toch lijkt lekker spelen en vies worden steeds meer onder druk te staan. Kinderen spelen te weinig buiten, zitten vooral achter een tablet of de tv, komen op school zonder ooit een schaar te hebben vastgehouden en mogen hun mooie nieuwe kleren niet vies maken…

Ook in de (kleuter)klas lijkt er steeds minder tijd te zijn om lekker te spelen met vingerverf, in de zand-watertafel, met plaksel en met klei. Veel lestijd wordt besteed aan reken- en taaldoelen. “Maar is dat erg? Over een paar jaar hoeven kinderen nauwelijks nog te schrijven, gaat alles digitaal.” Ja, dat is erg! Want een goede motorische ontwikkeling beïnvloedt niet alleen het ontstaan van een goed leesbaar handschrift.

Zintuigen
De senso-motoriek, het adequaat reageren op een prikkel vanuit de zintuigen, is de basis van de gehele ontwikkeling. Continu ervaren we prikkels vanuit onze huid, ogen, oren, neus en mond. Naast deze vijf bekende zintuigen heeft elk mens er nog twee: het evenwichtsgevoel en het houding- en dieptespiergevoel. Dit laatste zintuig maakt dat je de positie van je armen en benen kent zonder dat je dit ziet. En dat je je kracht kunt doseren.

Senso-motoriek
Als de zintuigprikkels goed verwerkt worden in de hersenen, kunnen we functioneren, reageren en ontwikkelen. Je proeft iets dat lekker is en je eet er meer van. Je hoort en doet wat juf zegt. Je ruikt dat het eten verbrandt en zet het vuur laag. Je ziet het verschil tussen de b en de d. Maar soms komen prikkels niet goed binnen in de hersenen. Of komt de prikkel wel binnen maar wordt deze te hoog, te laag of te traag verwerkt. Een zoemende bij klinkt dan als een vliegtuig, je voelt niet dat je een hete verwarming aanraakt of je krijgt hoofdpijn van de lijmlucht. Je botst overal tegen aan, valt van je stoel en het duurt heel lang voordat je kunt fietsen.

Domino-effect
Zonder goed ontwikkelde senso-motoriek en fijne motoriek ben je altijd de laatste met omkleden voor gym, tik je anderen te hard of te zacht in de gymles, je reageert vertraagd, als je wilt gummen, scheurt je blad door midden, je kunt de juiste bladzijde maar niet vinden of je hebt ontzettende last van geluiden die anderen niet eens horen.

De omgeving vindt je onhandig, dom, vervelend of gemeen (als je bij het verven je kwast in de pot water doopt en deze per ongeluk omgooit over het schilderij van je buurvrouw). Zo ontstaat een domino-effect: vanuit de motoriek ontstaan problemen in de sociaal-emotionele ontwikkeling, de werkhouding en het leren.

Ontwikkeling
Door veel zintuiglijke prikkels te ervaren kan de senso-motoriek zich ontwikkelen. Dus lekker met je handen in de vingerverf, spelen in de zand- en watertafel en in de klei wroeten. Door activiteiten waarbij kinderen met twee handen samenwerken ontwikkelt de fijne motoriek. Scheuren, propjes draaien, knippen, met de grote en kleine constructie, vingerbreien, arcerend kleuren. Maar ook opruimen met stoffer en blik, rijden op de Vliegende Hollander, schommelen, steltlopen en lekker stoeien.

Dus…
Maak tijd voor spelend leren en voor motoriek in de onderbouw! Dat verkleint de kans op problemen op elk ontwikkelgebied. En het heeft uiteindelijk ook een goede invloed op de leerresultaten.